Blog
IJSBERG BVBA - In gesprek met grootmeester Ronny Van den Berghe
In gesprek met grootmeester Ronny Van den Berghe

In gesprek met grootmeester Ronny Van den Berghe
- door Axel van der Borght - voor DUCK - datum interview 15/10/19

Als we het hebben over de palmares van Ronny dan mogen we zonder overdrijven de term ‘Merckxiaans’ gebruiken. Ronny is een fenomeen zoals er maar heel weinig zijn in topsport. Zijn erelijst is indrukwekkend. Op onze vraag hoeveel maal hij al Belgisch Kampioen is geweest weet hij zelf niet het exacte antwoord "Ik weet dat niet precies, ik schat zo'n 15 maal". 

Met hoeveel verschillende honden stond je op een wereldkampioenschap?
Ronny: "
Met een Beauceron (Ilusion du lagide), met een Dobermann (Ornyx) gevolgd door mijn Duitse herders: Marco von Gilliannes, Tom van ’t Leefdaalhof, Eros von der Monwhiese, Gringo von der Monwhiese, Como vom Bonauer Wald, Kümmel von der Donnerbruck, Lucipher Galan Nalag en Korky vom Barbatus"

Hoeveel keer nam je al (met succes) deel aan de wereldkampioenschappen?
Ronny: "
Ik schat in totaal zo’n 20 deelnames en 6 wereldtitels, 4 x wereldkampioen WUSV en 2 x Universal Sieger". 

Het plotselinge verlies van jouw kampioen Korky vom Barbatus was een enorme klap. Wat is er exact gebeurd?
Ronny: "
In juli was ik op uitnodiging in Tsjechie? om daar deel te nemen aan een wedstrijd met 70 combinaties. Op vrijdag had ik discipline B afgewerkt . Daarna keek ik nog wat naar andere liefhebbers om vervolgens te gaan eten en te gaan speuren. Het was warm weer dus besloot ik om na het speuren Korky nog te laten afkoelen in het water. Vervolgens liet ik hem rusten in zijn bench in het hotel. Na het avondeten liet ik hem nog eens uit voor het slapen gaan en toen werd ik ongerust want ik merkte dat hij was opgezwollen. Ik haalde onmiddellijk de dierenarts erbij die een maagkanteling vermoedde. We reden snel naar een dierenarts in Praag, 50 km verder, om röntgenfoto’s te kunnen nemen. Op basis van de foto’s besloot de dierenarts dat de diagnose een gedraaide milt was. Om 23.00 uur zijn ze aan de operatie begonnen en hebben ze de milt eruit gehaald. 

Om 02.30 uur ’s nachts ben ik Korky gaan halen. ’s Morgens wou hij niet meer eten maar wel nog drinken. De dierenarts vond dat hij voor de rest normaal was.
Op zondag merkte ik blauwe plekken op zijn buik. Na een operatie was dat vrij normaal, vond de dierenarts. 

Ik wou snel terug naar Belgie?, maar die lange reis vond de dierenarts geen goed idee. We moesten Korky nog wat tijd geven om te recupereren. Maandag konden we vertrekken. Er werd afgesproken met mijn eigen dierenarts in Belgie? dat ik direct naar hem zou komen. Onderweg stopten we regelmatig om een korte wandeling te maken. Bij de laatste stop merkten we: er zat geen beweging meer in Korky. Toen we bij de dierenarts arriveerde stond hij zelfs niet meer recht en had hij 41 graden koorts. De dierenarts kreeg de koorts iets naar beneden maar het mocht niet baten. Korky heeft nog overgegeven en is daarna gestorven. Een autopsie heb ik geweigerd. Het was toch te laat. Ik zat in de put. Ik verwijt niemand iets. Ik zal nooit precies weten wat de oorzaak is van die draaiing van de milt. Het hoefde even niet meer voor mij op dat moment". 

Zijn resultaten op wedstrijden waren werkelijk indrukwekkend. Was hij in jouw ogen de perfecte hond ?
Ronny: "
Ik zit zo in elkaar dat ik altijd het negatieve zie om daar dan te kunnen aan werken. Zelfs als ik het maximum van de punten heb behaald van de keurmeester. 

Korky geldt voor mij als de meeste complete hond die ik heb gehad.
Zijn grootste fout was het vrij volgen. Hij kon daar bij zijn aandacht verliezen dus daar moest ik op letten. Hij was wedstrijdslim geworden. Hij was een heel zekere hond die niet snel onder de indruk was". 

Korky had je niet als pup?
Ronny: "
Neen. Ik heb hem overgenomen toen hij 3 jaar was van de Engelsman Travis Foster, waarvoor hij te sterk werd.
Tot mijn grote spijt is Korky maar 5 jaar mogen worden. Dat is erg jong. Ik heb dus maar twee jaar met hem gewerkt maar heb toch mooie resultaten kunnen neerzetten".
We werden samen 2 x wereldkampioen Universal Sieger, in 2018 en 2019.
De eerste wedstrijd die we wonnen was eind 2017 op onze eigen club met fameuze cijfers : 99-98-100. Begin 2018 wonnen we het Provinciaal Kampioenschap en we werden in hetzelfde jaar ook Belgisch Kampioen". 

Maar uiteindelijk besloot je, na de dood van Korky, om verder te gaan en opnieuw te beginnen?
Ronny: "
Inderdaad. Eens ik over die eerste schok van zijn plotse overlijden heen was kon ik het voorval van op een afstand bekijken en het een plaats geven. Maar je begrijpt dat ik hem nog steeds hard mis. Het was een uitzonderlijke hond. We hadden nog mooie jaren samen voor ons. Het abrupte verlies van Korky maakte het moeilijker om te aanvaarden dan bij een oudere hond die je moet afgeven nadat die een mooi leven heeft gehad". 

Je hebt ondertussen een nieuwe pup?
Ronny: "
Ja, dat klopt. Heel recentelijk. De nieuwe pup is nu 9 weken en heet Sir Remko v.d.Daelenberghütte, gefokt door een fokker met weinig ervaring, namelijk mijn vriend, Jose? Garcia Fernandez. Ik heb hem begeleid maar alle krediet gaat naar Jose?. Hij is erg leergierig en niks was hem teveel. Ik heb bijvoorbeeld de pup mee gekregen naar huis en die is al volledig zindelijk. Jose? sliep elke dag bij zijn pups en stond er ’s nachts voor op om hen even buiten te laten plassen.
De pup is een zoon van Korky met een teef van Jose?. Korky betekende heel wat voor mij. Ik beschouwde hem als een heel uitzonderlijk sterke hond met uitmuntende kwaliteiten, ik wilde ook alleen een zoon van hem".
Het nest bestond uit twee teefjes en twee reutjes. Ik wilde een reu. Ik heb hard getwijfeld welke pup. De andere pup had meer bezitsdrang maar zodra die pup iets te pakken had gekregen was zijn interesse over. Deze had buitdrift en dat prefereer ik". 

Welke ambitie heb je met deze pup?
Ronny: "
Ik wil telkens het beste uit een hond halen. Dat mijn naam Ronny Van den Berghe is, betekent helemaal geen garantie op succes. Ik zal opnieuw mezelf moeten uitvinden om de uitdagingen, die zeker zullen komen, te kunnen aangaan. Bij elke hond zijn er andere uitdagingen.
Uiteraard zou ik dolgraag weer de top bereiken en me willen meten met de besten van de wereld". 

Een kampioen als jij, kan die tevreden zijn met minder dan een wereldtitel?
Ronny: "
Uiteraard. Ik ben sportief. Het hangt ook soms af van de andere deelnemers op een wedstrijd, hoe goed zij zijn. Ik ben tevreden als ik het maximum uit mijn hond kan halen. Ik moet geen geluk hebben, daar geloof ik niet in. Je moet vooral geen pech hebben, vind ik. Op een WK hangt ook veel af van de lottrekking, als je later loot dan geeft dat jou de kans om te kijken wat de keurmeester precies verlangt". 

Start je altijd met een pup of prefereer een jonge hond of een volwassen hond? 
Ronny: "Het liefst begin ik met een pup. Ik heb ook oudere honden overgenomen maar dan kunnen er zaken optreden die ik liever niet heb als gevolg van hun opbouw bij de vorige africhter". 

Heb je al pups of honden verkocht?
Ronny: "
Neen, nooit. Nochtans heb ik al heel grote bedragen aangeboden gekregen. Ik heb telkens geweigerd. Ik was al 10 keer in China en misschien wel 20 keer in Taiwan. Men bood mij reeds astronomisch hoge bedragen voor mijn hond maar ik ga niet overstag".
Ik kan het simpelweg niet. Emotioneel zou ik het te moeilijk hebben, zou me te veel zorgen maken over het welzijn van mijn hond.
Heel uitzonderlijk heb ik wel al honden herplaatst als het in belang was van de hond. Eén van die honden bijvoorbeeld heb ik bij een clublid geplaatst, waardoor ik de hond nog regelmatig zie". 

Hoe ga je te werk als je een nieuwe pup wilt aanschaffen? Selecteer je op basis van de stambomen?
Ronny: "
Onder andere de stambomen. Ik kijk naar de vader, de moeder maar ook dus de broers en zussen. Wat hebben zij al behaald? Welke karakters zijn het? De moeder vind ik heel belangrijk. Ik ben er van overtuigd dat zij 70 % doorgeeft aan de pups en de reu 30 %. De moeder geeft niet alleen haar bloed maar heeft de pups gedragen en heeft er vervolgens wekenlang voor gezorgd.
Ik geef een voorbeeld. Bij Tom van ’t Leefdaalhof kende ik de moeder, Ruth van ’t Leefdaalhof heel goed evenals zijn vader, Query von Haus Antverpa.
Toen Tom begon te dekken merkte ik welke teven positieve of negatieve kenmerken gaven. Tom gaf een hele goeie beet maar de grondsnelheid moest van de teef komen want dat ontbrak bij Tom, heb ik ondervonden.
Bij de keuze van de ouderdieren moet je wel de kwaliteiten van de honden kunnnen zien los van zijn/haar africhting en los van zijn/haar geleider. Daarmee bedoel ik dat je de hond op zijn eigen kwaliteiten moet kunnen taxeren en niet op het resultaat van de training die de hond heeft gekregen, goed of slecht". 

Hoe gebeurt een test of een selectie van een pup bij jou?
Ronny: "
Ik zal nooit een pup kiezen waarvan de oren op 6 weken al rechtstaan. Over deze stelling wordt vaak gelachen maar ik heb geleerd dat zulke pups vaak nerveuzer zijn, wat later moeilijkheden kan veroorzaken in de training.
Ik kijk naar de beweging van de pup. De pup mag veel slapen. Maar als hij wakker is dan moet hij actief zijn. De pup moet jacht- en buitdrift hebben. Dat kan je het best zien vanaf 6 weken. Voor die eerste 6 weken is het veel te vroeg omdat de pups dan nog veel slapen. Daarna kijk ik naar het ‘wezen’ van de pup. Ik breng de pup naar verschillende plaatsen.
En wat ik heel belangrijk vind: een pup moet de drang hebben om te eten. Zelf geef ik mijn honden al 30 jaar Duck Excellent, een recept dat destijds Denis Steurs heeft ontwikkeld voor Duck. Ideaal is als de pup reeds bij de fokker Duck te eten kreeg, en ook beide ouders hiermee gevoed werden. Teven die Duck krijgen, geven gewoon meer melk tegenover wanneer ze droogvoer krijgen en de pups zijn steviger. Heeft de pup toch geen Duck gekregen bij de fokker, dan schakel ik hem over vanaf de eerste dag dat hij bij mij is. Ik laat hem 1 dag vasten en zet hem dan over". 

Welke voeding gebruik je om een pup te trainen bijvoorbeeld, welke snoepjes? Ronny: "Ook Duck! Met een pizzasnijder snij ik plakjes in kleinere stukjes. Ook voor het speuren gebruik ik dat. Duck is verpakt in 10 schijfjes van 100 gram. Ik snij de schijfjes met een pizzasnijder in kleinere porties en doe dit in een doosje dat ik altijd op zak heb. Elke portie die hij krijgt, wordt gekoppeld aan een oefening. In de beginfase zal hij nooit zijn eten in zijn voerbak krijgen. Hij moet ervoor werken. Zo kent Remko, die nu vijf dagen bij mij is, reeds de oefening met de marker". 

Als je een pup zoekt geef je dan ook advies aan fokkers over welke reu en teef je graag een nest zou zien?
Ronny: "
Neen, dat niet. Het is aan de fokkers zelf om goed te weten wat ze hebben zitten. Maar met Ruth van ‘t Leefdaalhof, de moeder van Tom, heb ik zelf de vader mogen kiezen en dat werd dan Query von Haus Antverpa. Tom van ’t Leefdaalhof heb ik gekregen van de fokker, Albert De Cat. Die had mij eens gezegd: ‘ik ga een hond voor jou fokken’. Ik heb Tom toen wel zelf uit het nest geselecteerd. Dat was een fantastische bloedlijn. Como was een zoon van Eros, Eros was een zoon van Tom, Tom was een zoon van Query, Query was een zoon van Orry. Orry’s vader is Verwin v. Blitsaerd". 

Heb je zelf ooit gefokt?
Ronny: "
Neen, die ambitie heb ik nooit gehad. Het trainen kon ik combineren met mijn werk maar om te fokken was ik te veel van huis. En als ik zoiets zou doen dan wil ik dat goed doen". 

Je werkte overwegend met reuen, is dat een voorkeur die je hebt?
Ronny: "
Ik heb liever een reu, enkel omwille van de loopsheid. Slechts éénmaal heb ik gewerkt met een teef, een Boxer, en die was dan nog op haar best tijdens de loopsheid (lacht)". 

Ben jij full time bezig met africhting? Is dat een voltijdse job?
Ronny: "Ja, nu wel, sinds ik 6 jaar geleden op pensioen ging is het een full time bezigheid."

Africhting is heel intensief en al zeker als je internationeel deel neemt. Hoe steunt jouw omgeving jou? 
Ronny: "Ik heb daar nooit problemen mee gekend. Ik mocht gaan en staan waar ik wilde. Mijn echtgenote zit helemaal niet in de sport maar is wel mijn eerste supporter. Winnen of verliezen maakt voor haar helemaal niet uit. Het cliché: ‘achter elke sterke man staat een sterke vrouw’  klopt dus bij ons ook."

Welke kwaliteiten heb jij dan wel waardoor jij zo’n uniek palmares bij elkaar hebt gekregen? 
Ronny: "Ik vermoed dat ik een goed inzicht heb. Geen enkele hond is dezelfde. Ik heb nog nooit een hond op dezelfde manier opgebouwd als de vorige. Je moet je dus kunnen aanpassen aan het karakter van de hond waarmee je werkt. Dit vraagt natuurlijk ook inzicht. Te veel africhters blijven op één en dezelfde manier trainen zoals ze ooit hun meest succesvolle hond hebben getraind. Ze staan niet open voor vernieuwing en passen zich helemaal niet aan aan het karakter van de hond."

Heb je de africhting met de genen mee gekregen? 
Ronny: "Neen, die is niet meegegeven met de genen. Maar de africhtingsmicrobe heeft mij te pakken gekregen via Denis Steurs, mijn voormalige ploegbaas en vriend. Voor mijn pensionering werkte ik als lasser in dagdienst. Denis was toen lang mijn ploegbaas. Hij heeft het bedrijf wel verlaten om een overstap te maken naar een job bij Duck Hondenvoeding. 

Ik was al actief in de gehoorzaamheid met een boxer. Naar schatting heb ik 50 wedstrijden in programma 1 met die boxer gespeeld en veel gewonnen. Voor mijn volgende hond koos ik opnieuw voor een boxer. Maar dit bleek een ander paar mouwen, met een moeilijker karakter. Daarom ging ik ten rade bij Denis Steurs die mij overtuigde om eens het IPO met hem te proberen. Ik was direct verkocht. Ik schat dat het dus in 1984 was dat ik met de africhting begon."

Leven jouw honden ook binnen in huis? 
Ronny:  "Een pup blijft tot 7, 8 of 9 maand in huis leven. Daarna verhuist de pup naar de kennel buiten. Maar hij blijft wel leven samen met ons, dus ook in onze woning. Mijn vrouw kent de honden allemaal. Zij kan er ook mee gaan wandelen en als we op reis gaan dan kan zelf onze buurman ermee wandelen."

Jij wilt supersociale honden?
Ronny: "Ja, dat klopt. Dat vind ik een vereiste. Het is te zeggen, dat is een betrachting want elke hond heeft zijn eigen karakter.

In het IGP, zoals het tegenwoordig heet, wilt men sociale honden. In mijn beginjaren was dat wel even anders. Als een hond toen eens naar de keurmeester grolde werd dat gewoon genegeerd. Nu kan dat niet meer. Ik kan wel leven met die verandering."

Hondensport heeft jou al veel succes gebracht. Maar omdat succes te bereiken moet je ongetwijfeld hard werken en veel opgeven. Wat zijn de gevolgen geweest van dat harde werk op jouw leven?
Ronny: "Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iets moest opgeven. Ik ken niks anders. Het is wat ik zelf wil. De hondensport heeft ons nooit gehinderd. Integendeel, het heeft ons veel gegeven."

Voor de lezers die niet met een Duitse herder werken of niet gekend zijn met de wereld van de VVDH en de WUSV, zoals ik zelf eigenlijk: kan je eens uitleggen wat een Sieger is en is er een verschil tussen de Universal Sieger Competition en de WUSV World championship?
Ronny: "IPO of nu IGP is een sport met drie disciplines: speuren, gehoorzaamheid en pakwerk. De Universal Sieger (Sieger betekent kampioen) is eigenlijk krak het zelfde maar er komt ook nog een wedstrijd tentoonstelling bij. Bij dat laatste zijn er veel Duitse herders uit werklijnen die daar moeten afhaken."

Welke titel betekent voor jou het meeste. Die van WUSV wereldkampioen of die van Universal Sieger?
Ronny: "Dan kies ik voor de titel bij de WUSV omdat de concurrentie qua africhting daar het grootst is."

 Je hebt al heel veel succes gekend met verschillende honden. Welke hond was de beste? Welke hond had het meeste potentieel? 
Ronny: "Tom van ’t Leefdaalhof beet het beste, zijn zoon Eros von der Monwhiese presteerde het beste in discipline B, gehoorzaamheid. Como von Bonauer Wald stak er bovenuit in het speuren. Como was een kleinzoon van Tom en een zoon van Eros. Maar mijn laatste hond, Korky vom Barbatus, was voor mij over heel de lijn de beste. Die bezat het hele pakket."

Je bent sinds 1988 internationaal actief in de africhting, met een Beauceron trouwens. Mis je ‘the good old days’ of is het nu beter dan vroeger?
Ronny: "Vroeger was het wel allemaal meer vriendschappelijk. Ik heb de indruk dat tijdens wedstrijden het publiek ‘anders’ kijkt. Men kijkt blijkbaar om te zien wat er verkeerd gaat en dat betreur ik. Dat gebeurt niet alleen bij mij. Dat merk ik bij alle deelnemers.

Als ik ooit stop met africhting wil ik wel opnieuw een Beauceron met hetzelfde karakter. Mijn beauceron had wel veel agressie. Toen wist ik nog niet dat een hond ook genoeg buitdrift moest hebben."

 
Je bent begonnen met boxers, een Beauceron, vervolgens met een Dobermann om daarna over te stappen naar Duitse herders. Nooit overwogen om met een Belgische herder te werken? 
Ronny: "Die vraag is mij al vaak gesteld. Verschillende fokkers van mechelaars hebben mij ook al Mechelaars aangeboden. Maar ik weiger. Van de Duitse herders ken ik ondertussen heel veel en ken ik veel bloedlijnen uit het hoofd. Die ken ik helemaal niet van de Mechelaars. Versta me niet verkeerd. Ik kan evenzeer genieten van een goeie Mechelaar als van een goeie Duitse herder. Mij zal je niet betrappen op kritiek over één of ander ras. Ik hou er eerder van om waardering te geven dan kritiek te spuien."

Wat is er veranderd door de jaren aan IGP en wat denk je over die veranderingen?
Ronny: "Vroeger en nu? Het speuren is ongeveer hetzelfde gebleven.De grootste verandering is te merken in gehoorzaamheid. De honden moeten veel vrolijker zijn, meer snelheid halen en de perfectie benaderen. Goed is soms niet goed genoeg bij bepaalde keurmeesters.

Wat betreft het pakwerk: de beet blijft het zelfde maar het appel in het pakwerk moet veel sterker dan vroeger. Er wordt ook meer dominatie gevraagd in het aanblaffen en toch moet de hond sociaal zijn.

Ik ben positief over deze ontwikkelingen. Misschien wel één opmerking: ik vind dat de keurmeesters zich daar moeten aan houden, en niet blijven zoeken naar de negatieve punten."

 
Het is opvallend hoe jij over teamsport spreekt als je het hebt over africhting. Uit wie bestaat jouw team momenteel?
Ronny: "Momenteel werk ik met Luc Vernelen, Gilbert Coudron, Tom Willems, Carl Onbelet en Bart Dessers bij onze club, Kringgroep Veerle. En ook nog met pakwerkers Bert Aerts en Thomas Jesse. Onze samenwerking is een wisselwerking. We helpen elkaar en ik ben ook pakwerker voor hun honden."

Je bent zelf ook pakwerker. Kan je een hond op het allerhoogste niveau krijgen als je geen pakwerk ervaring hebt?
Ronny: "Ja, vind ik wel. Daar zijn vele goeie voorbeelden van, kijk maar naar Mario Verslype."

Welke honden maakten op jou als pakwerker het meeste indruk? En waarom dan?
Ronny: "Ratio van ‘t Leefdaelhof was zo’n hond. De moeder van mijn hond Tom, was een zus van Ratio. Ratio zijn uitstraling was fantastisch, zeer dominant met een hele zware beet. In het begin dat ik pakwerker was voor hem was het alsof ik de apportblok was, zo sterk was die.

Ratio had lang haar en destijds mocht er niet met een langharige Duitse herder gefokt worden. Dat vond ik erg spijtig. Nu is dat wel toegelaten.

De huidige wereldkampioen WUSV, Gringo Ka Na ka, vind ik ook sterk.

Nog meer indrukwekkende honden: Max von Haus Targa, Xino Van Roy’s hoeve 

en Fado Kartago, Ernst vom Weinblick, Vito Waldwinkel en Asko von der Lutter die zeer goed vererfde. Mijn Korky was een zeer complete hond…

Ben je zelf ook nog actief als pakwerker?
Ronny: "Ik ben gebrevetteerd pakwerker bij de VVDH en de WUSV. Vroeger heb ik regelmatig  wedstrijden gelopen. Dat doe ik niet meer maar ik maak graag een uitzondering op onze eigen clubwedstrijd. Ik blijf wel nog actief als pakwerker voor de club tijdens training."

Hoe ben je als pakwerker geëvolueerd?
Ronny: "Ik heb het geluk gehad om de taak van pakwerker te mogen leren van Frans Hannes en van Eddy Moonen. Eerst leerde ik de knepen met ervaren honden. Later dan ook met jonge honden en pups. Daarna stond ik op eigen benen. Van Manuel Rombouts heb ik ook veel geleerd.
Ik ben erg geëvolueerd. Ik kan een hond veel beter lezen dan als beginner, dat is evident. Het is nu moeilijker om het verschil te zien tussen een goede en een hele goede hond. Dit is het gevolg van de meer gedetailleerde africhting. Er wordt daardoor ook meer gecamoufleerd. Ik zoek altijd de balans tusen de controle en de power. Dat is steeds mijn betrachting. 

Sommigen trainen al snel het pakwerk, anderen opteren om pas opnieuw met pakwerk te beginnen wanneer er al wat controle op zit. Wat is jouw visie?
Ronny: "Met een pup probeer ik heel veel aan te leren al spelend zoals rond het paaltje lopen, zit, af, kom, de marker (platform) enzoverder.

Na een viertal maand begin ik pas met speuren. Dat doe ik dan een keer of drie in de week. Heel kort.

Met het bijten begin ik pas op 6 à 7 maand. Als ik merk dat hij goed bijt dan leg ik hem stil met bijtwerk tot ongeveer 12 maand. Ondertussen werk ik aan het appel om dat hoger te krijgen."

Het materiaal is veel geëvolueerd. Er bestaan ondertussen ook heel wat verschillende soorten mouwen van allerlei materiaal en modellen verschillende leeftijden etc. Een goede evolutie? 
Ronny: "Dat vind ik een zeer goede evolutie. Vroeger bestond enkel een jonge hondenmouw en de harde mouw. Tegenwoordig bestaan er veel soorten en types van mouwen die je kan gebruiken.

Continu met een wedstrijdmouw trainen wordt niet meer gedaan. Althans, dat doet ik toch niet meer. De reden is om de hond te sparen van kwetsuren met het oog op een langere sportcarrière."

Hoe denk je dat de africhting zal evolueren als er in meerdere landen een verbod komt op het gebruik van africhtingsbanden?
Ronny: "Voor mezelf zal dat niet veel verschil betekenen. Ik heb maar bij één hond de electrische africhtingsband gebruikt en dat was bij mijn laatste hond Korky omdat hij niet als pup door mij is getraind. Hij is met een electrische africhtingsband opgebouwd. Dus moest ik mij daar aan aanpassen. Op geen enkele van mijn andere honden die ik als pup of oudere leeftijd heb beginnen trainen heb ik de electrische africhtingsband gebruikt.

Je moet weten wat je doet. Er gaan veel honden kapot door het verkeerd gebruik van de africhtingsband. Daar heb ik altijd schrik voor gehad."

Korky liep heel mooi en kort rond de verstekken. Hoe zorg je daarvoor?
Ronny: "Omdat in detail te kunnen uitleggen moet ik je uitnodigen op een training of seminarie (lacht).

Ik gebruik daarvoor twee paaltjes aan het verstek, lok de pup met eten en gebruik een clickerwoord om te markeren. Ik train dat in lage drift. Snelheid vind ik in het begin niet belangrijk want als de pup te snel werkt, dan denkt hij niet na. Ik gebruik eerst de kleine verstekken. Ik kies ervoor om de hond altijd eerst links in te laten gaan en rechts buiten te laten komen."

Hoe werk je aan de conditie van jouw honden? Doe je iets extra’s zoals de honden naast de fiets laten lopen, zwemmen of een loopband?
Ronny: "Ja, zwemmen en naast de fiets lopen. Op een uur rijden van huis weet ik een ideale zwemvijver: veilig en proper water. Het zwemmen doe ik twee à drie maal per maand maar in de zomer kan dat zelfs alle dagen zijn als het heel warm is.

Ik mat mijn honden nooit volledig af, ik laat ze tijdig recupereren. Die fysieke trainingen doe ik niet als de honden door de week op de club genoeg getraind hebben."

Train je met verschillende honden tegelijk?
Ronny: "Neen, eigenlijk nooit. Ik werk meestal met een hond die wedstrijdklaar is en onderhoud deze, mogelijk start ik dan met een nieuwe pup. Maar ik heb nooit verschillende honden in opbouw tegelijk. We hebben wel altijd andere honden in huis gehad, zoals mijn oudere honden en Jack Russels."

 
Je bent vaak in het buitenland om een seminarie te geven. Hoe pas je dat in als je een pup of jonge hond traint?
Ronny: "Ik reken veel op mijn echtgenote, maar trainen doet ze niet. 

Als ik in Europa reis dan neem ik de honden altijd mee, met de wagen of met het vliegtuig.

Ook op verre bestemmingen zoals de USA of Argentinië heb ik mijn honden al meegenomen."

 

Voeding:


Voeding is levensbelangrijk voor mens, dier en plant dus zeker ook voor de sporthond. Ook daar is heel wat veranderd. Wat zag je daar allemaal opmerkelijk veranderen?
Ronny: "Voor mij is het vrij simpel. Ik geef al heel lang enkel Duck Excellent. Sinds mijn vriend Denis Steurs dat heeft ontwikkeld bij Duck, geef ik exclusief die diepgevroren verse voeding. Duck is één van mijn sponsors die mij steunen waarvoor ik hen erg dankbaar ben. 
In de beginjaren van mijn sportcarrière toen ik Duck nog niet kende gingen we zelf bij de slager om vlees en ingewanden."

Je werd begeleid door de zeer gerespecteerde Denis Steurs die meewerkte aan de ontwikkeling van het Belgische hondenmerk Duck. Duck is jouw sponsor. Hoe zou jij die voeding beschrijven? Waarom moeten africhters, hondensporters en hondeneigenaars voor die voeding kiezen?
Ronny: "Er zijn diverse redenen die ik allemaal belangrijk vind. De stoelgang van mijn honden is altijd normaal/constant. Ik ben veel in het buitenland en dan is die voeding een zekerheid. Ik heb dus altijd mijn eigen voeding mee naar het buitenland in een eigen vriezer.

In Duck zit veel natuurlijk vocht waardoor de honden minder drinken. Dat lijkt misschien niet heel speciaal maar in het buitenland is het kraantjeswater niet overal veilig of zelfs drinkbaar. Daarom geef ik in buitenland bijvoorbeeld ook altijd water uit flessen aan mijn honden.

Niet één van mijn honden heeft ooit last gehad van groeipijnen. Ik ben van mening dat Duck daar ook een bepalende factor in speelt.

Duck bestaat uit 1 kg verdeeld in schijfjes van 100 gram. Dat vind ik zelf heel praktisch.

Ik durf de diepvriesvoeding ook te combineren met de rijst&groenten vlokken van Duck. Korky at soms 1400 gram per dag en dan gaf ik 1 kg vlees aangevuld met die rijst&groenten vlokken. Hiermee had ik een zeer goed resultaat. In het verleden kookte ik zelf gewone rijst maar daar ben ik dus ook van afgestapt en gebruik enkel de rijst&groenten vlokken van Duck omdat die veel meer voedingswaarden bevatten als de rijst die we gewoonlijk in de keuken gebruiken." 

 

Wat maakt Denis Steurs zo bijzonder? En hoe werkte die samenwerking precies?
Ronny: "Mijn bewondering en respect voor Denis is groot. Als Denis iets zegt dan mag je er prat op gaan dat hij in 99 % van de gevallen gelijk heeft. Opmerkelijk is dat als hij fout is, hij daar geen moeite mee heeft om die fout toe te geven.

In mijn beginjaren in de sport was hij mijn pakwerker. Hij is lang mijn coach geweest. Denis heeft mij vooral veel bijgestaan en me dus veel geleerd tot ik met de Duitse herders begon. 

We hielden contact en ik kon altijd terugvallen op Denis als ik met een probleem worstelde. Dit is nooit veranderd, ik vraag hem nu nog regelmatig raad.

Denis heeft trouwens niet alleen voor mijn carrière veel betekend maar evenzeer voor andere succesvolle africhters zoals bijvoorbeeld Frans Hannes. Frans is ook wereldkampioen geworden met een hond die Denis heeft opgebouwd. Denis is zo bijzonder omdat hij kan denken zoals een hond. Persoonlijk beschouw ik Denis als een brug van de oude africhting naar de moderne africhting."

 

 

 

Pakwerk:

 

De rol van een pakwerker in de africhting is een bepalende factor. Wat verwacht jij precies van jouw pakwerkers?
Ronny: "Ik verwacht dat ze een hond kunnen lezen: hoe hij is, hoe hij bijt, hoe de hond zich voelt. De pakwerker moet de hond ook altijd laten winnen. Sommige honden bijten uit verdediging, andere uit agressie…. Dat moet de pakwerker kunnen vaststellen en ermee aan de slag gaan."

 

Gebruik je andere tools zoals bijvoorbeeld een balmachine, baldropper, magneetballen?
Ronny: "Jazeker. Ik gebruik een balmachine. Ik durf zelfs te stellen dat ik de eerste was die een balmachine had. Ik heb die zelf in elkaar geknutseld, deze was gemaakt van een deurpomp. Die machine gebruikte ik om de ‘vooruit’ te trainen. Ondertussen zijn er heel veel verschillende balmachines op de markt. Voor het aanblaffen gebruik ik de balldropper van Bart Bellon. Voor gehoorzaamheid werk ik dan weer met de Flying Dog ball waarmee ik een bal kan afschieten zonder een beweging te moeten maken. Ook deze heb ik mee helpen ontwikkelen.

Ook de mangeetballen van Top Matic gebruik ik. In diverse oefeningen werk ik met een platform, zelf noem ik dat een marker."

 

Hoe lang train je al met de clicker en is jouw training met de clicker geëvolueerd? 
Ronny: (Ronny moet hard lachen) "Ik train nog maar sinds een week met de clicker. Sinds ik mijn nieuwe pup heb. Ik train wel al langer op de ‘clickermanier’ maar gebruikte de clicker zelf niet, wel mijn stem. Maar ik sta niet stil en ben nooit bang om nieuwe zaken uit te proberen."

 

Ben jij voor de stille bewaking of actieve bewaking? Is dit afhankelijk van de hond? 
Ronny: "Enkel met Eros heb ik een stille bewaking gehad omdat hij slecht blafte. Ik kies persoonlijk liever voor een actieve bewaking omdat ik daar zelf meer van hou.

In het programma wordt er trouwens verlangt dat de hond dominant blaft, maar het is nog niet verplicht."

 

 

Speuren:

 

Je behaalde al regelmatig een 100/100 met verschillende honden in het speuren. Wat is jouw geheim? En welke eigenschappen moet de hond hebben?
Ronny: "De hond moet in de eerste plaats voedseldrang hebben. De hond moet ook echt speuren en zijn neus goed gebruiken. Hij mag niet enkel zijn lijntje aflopen want dan loopt het vroeg of laat verkeerd. Om dat te bereiken doorbreek ik het verwachtingspatroon in het speuren. De hond moet in de val lopen maar het zelfstandig kunnen oplossen en dat lok ik opzettelijk uit op training.

Het is dan ook heel belangrijk dat je zelf het spoor heel goed weet liggen. Dat vergt concentratie. Ik leg steeds mijn spoor zelf uit tot de hond een IGP1 heeft behaald."

 

Op wat let je in een nest om te weten dat de pup ook goed zal speuren?Ronny: "Opnieuw, ik probeer te zien of de pup goed eet. Ik kijk naar de pups in het nest als ze eten krijgen. Vervolgens neem ik de pups op die mij interesseren. Ik zie graag dat ze met hun pootjes zwemmen om het voedsel te kunnen nemen. Ik neem ook eten mee als ze 6 à 7 weken zijn en hou het aan hun neus en kijk welke reactie ze geven.

Als ik twijfel tussen twee pups dan leg ik 5 stukjes voer in de grond en dan kijk ik hoe ze gaan zoeken. Deze oefening doe ik op dat moment met hun eigen voeding."

 

Waar maakt een beginnende africhter meestal fouten in het speuren? Of anders gezegd, wat zou je een beginner zeker aanraden om op te letten?Ronny: "De grootste fout is om te snel vooruit te willen gaan. De kunst is om de hond te doen vermoeden dat er in elke voetstap eten zou kunnen liggen."