Waarom kan water vleesvocht niet vervangen?

Aan de kop van een hond kunnen we zien dat hij een vleeseter is. Dat geldt niet alleen voor de tanden en kaken (honden kunnen enkel knijpen, knippen en trekken), maar vooral aan het feit dat ze niet zo goed kunnen drinken.

Planteneters leven ook buiten de zomer van planten, maar die zijn dan door de natuur verdroogd. Alleen in de zomer bewaren planten veel vocht. Voor een paard, koe, hert of konijn is dat echter geen probleem. Door hun lippen bijna volledig te sluiten en van hun muil een soort tuitje maken kunnen ze water opzuigen. Dat gaat goed en snel, en grote planteneters kunnen op die manier op zeer korte tijd liters water drinken.

Honden en ook katten zijn van oorsprong echter jagers en moeten hun muil zeer ver kunnen openen om een prooi te kunnen vangen. Hun mondhoeken liggen daarom zeer diep, waardoor ze hun lippen niet kunnen sluiten om te drinken.

In de natuur is dat ook niet nodig. Hun voeding (prooi) bestaat winter en zomer voor 70 % uit vocht, en in die paar honderd jaar domesticatie heeft de evolutie daar nog niets aan veranderd.

Honden die droge brokken eten, moeten dus niet alleen een beetje drinken tegen de dorst, maar ook om het vocht aan te vullen dat ontbreekt in droogvoer.

Ze moeten van hun tong een soort lepeltje maken om al dat extra vocht op te lepelen en als het ware naar binnen te gooien. Met als gevolg dat alles in de buurt van de drinkbak ook ondergespat wordt. Daarbij komt dan nog dat water geen vleesvocht is! Vleesvocht is vloeistof die voor een gedeelte uit water bestaat.

Om voeding te verteren moet een hond zijn maagzuur van +/- 5 pH naar 2 pH brengen.

Bij natuurvoeding is dat geen probleem, omdat de basis vers vlees is, en zoals we al zagen, vlees voor 70% uit vocht bestaat. Dat vocht is natuurlijk en neutraal, het bevat geen kalk en het is opgenomen in een vaste stof, het vlees dus!