Voeding in relatie met gedrag?

De algemene conditie van een hond bepaalt al voor een groot stuk zijn gedrag, en dat kan variëren van lusteloos tot hyperactief. Ook de zuurtegraad van het bloed speelt een belangrijke rol in het gedrag, en die wordt mee bepaald door de eiwittenfractie, die op zich dan weer afhankelijk is van de kwaliteit en de hoeveelheid eiwitten.

Niet alleen eiwitten maar ook de hoeveelheid en de kwaliteit van de vetten (meer bepaald de onverzadigde vetzuren) hebben invloed op het gedrag. Een tekort of te lage kwaliteit kan leiden tot aandachtproblemen, vlug afgeleid zijn, oriëntatieproblemen en het falen van het kortetermijngeheugen.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde onverzadigde vetzuren van groot belang blijken voor de ontwikkeling van het leervermogen, met name AA (arachidonzuur) en DHA (docosahexaeenzuur).

En dan de vitaminen. De naam zegt het zelf al: ‘vita’ is leven.

Dat vitaminen een rechtstreeks verband hebben met gezondheid, weet iedereen, net zoals tekorten of het ontbreken ervan tot gebreksziekten kunnen leiden, die zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben.

Het is dan ook evident dat tussen het moment van ideale gezondheid en het moment van ziekte tengevolge van vitaminetekort, een heel lange weg ligt van soms onduidelijke klachten die automatisch ook invloed hebben op het gedrag. Wie zich niet goed voelt, gedraagt zich anders dan wanneer hij fit is:

De invloed van voeding op het gedrag in het algemeen is dus groot. Vandaar dat natuurvoeding bij het behandelen van gedragsproblemen steeds de eerste stap is!